Iedere keer als ik jou zie
gebeurt er een wonder in mij.
Iedere keer als ik jou zie
voelt als tovenarij.

Dan doe ik sambal op de spruitjes
en ketjap in de boerenkool
en een haring met uitjes,
daar wil ik trasi* door.
En de zuurkool in de wadjan,
daar doe ik kroepoek bij.
Dan komt er iets naar buiten,
dat van binnen bonst in mij.

Dan komt een Indisch hart, een Indisch hart,
dan komt een Indisch hart in mij vrij.

Iedere keer als ik jou zie
en jij kijkt zo nakal* naar mij,
iedere keer als ik jou zie
gebeurt er een wonder in mij.
Iedere keer als ik jou zie
gebeurt er een wonder in mij.
Iedere keer als ik jou zie
voelt als tovenarij.

Dan wil ik in sarong* en kebaija
naar kantoor.
Ook al lacht de hele wereld,
daar schaam ik me niet voor,
want binnen in mijn donder
gebeurt iets met mij.
Dat voelt als een wonder,
een wonder in mij.

Dan klopt een Indisch hart, een Indisch hart,
dan klopt een Indisch hart voor jou in mij.

Iedere keer als ik jou zie
en jij kijkt zo manis* naar mij,
iedere keer als ik jou zie
gebeurt er een wonder in mij.
Iedere keer als ik jou zie
gebeurt er een wonder in mij.
Iedere keer als ik jou zie
voelt als tovenarij.

Iedere keer als ik jou zie
is een wonder.
Iedere keer, iedere keer, iedere keer,
een wonder.

3

Deel