Pasarkrant (Tong Tong Fair) mei 2012.
Door Florine Koning.

Verleden Land, de nieuwe cd van Wouter Muller

“Woorden vinden voor een eerbetoon,
dàt wilde ik”

Wouter Muller zit midden in het proces van de afronding van een nieuwe cd, zijn vijfde. Op 27 mei presenteert hij Verleden Land in het Bintang-Theater. De Sobat vroeg de Indische singer-songwriter naar zijn lied- en onderwerpkeuze.

De titel van je vijfde cd is Verleden land. Waar verwijs je naar?

“Verleden land is een mooie en poëtische aanduiding voor de inhoud van dit cd-album. Het gaat over het land waar ik vandaan kom, dat in het verleden ligt en niet het huidige Indonesië is. Ik vind het een grappige woordspeling; je denkt aan ‘verleden tijd’. Het is mijn terugblik op dat land van vroeger. Maar ik blik ook vooruit.”

Je zingt over de njai, de bersiap maar ook over de vuurwerkramp in Enschede, de stad waar je woont. Is het een ‘zware’ cd?

“Er staan zeker nummers op die binnenkomen, een emotionele lading hebben. Zeker het lied over de bersiap. Maar het lied over de vuurwerkramp in Enschede is een up-tempo-nummer en biedt vooral een hoopvol perspectief: ik toon de veerkracht van de stad na de ramp. Ik toon de wens om alles achter te laten, niet om te vergeten, maar wel om door te gaan.”

Dat geldt ook voor de Indische geschiedenis. Zoals je over de bersiap zingt…

“Ik zing over de ervaringen van mijn eigen ouders. Na het jappenkamp hebben ze de bersiap aan den lijve ondervonden. Het was voor hun een enorme schok. Nadat de Japanners hadden gecapituleerd, dachten ze: ‘We hebben het god-zij-dank overleefd!’
Mijn vader was vreselijk gemarteld in Banyubiru en mijn moeder zeer slecht behandeld in Ambarawa. Mijn ouders waren gelovig en echt dankbaar dat ze weer verder konden gaan met hun gezamenlijke leven. Toen kwam de bersiap… Ze beseften dat er voor hen geen plaats meer was in het land dat zij zo lief hadden. Niettemin hebben ze de nieuwe verschrikkingen van de bersiap ook weer overleefd. ‘We kunnen altijd in ons leven opnieuw beginnen’, zing ik in een van de nummers.”

Je zingt in vijf liederen over de njai. Waarom besteed je zoveel aandacht aan deze ‘oermoeder van de Indo’s’?

“Twee redenen. De eerste is een persoonlijke. Mij is hetzelfde overkomen als Reggie Baay, die twee boeken over de njai schreef. Hij vertelde me twee jaar geleden wat hem ertoe had gebracht om onderzoek te gaan doen naar de njai. Dat hij een njai in zijn familie had, waar nooit iemand over had gesproken. Zelf ontdekte ik tien jaar geleden dat ik een njai als voormoeder heb.
Daarnaast ben ik het buitengewoon eens met Reggie, die het fenomeen njai uit de taboe-sfeer wil halen en het ook op een andere wijze in de publiciteit wil brengen. Het is niet alleen iets negatiefs. Zonder de njai had de Indo niet bestaan… ”

Niet alle relaties kwamen onder dwang tot stand, er zijn ook veel voorbeelden van liefdesrelaties…

“Precies. Dat mag ook gezegd worden. Reggie vertelt dat in zijn boeken, ik vertel het nu in mijn muziek. Het verhaal van de enorme trouw van de njai, hoe zij haar best deed om zo’n jongen een goed leven te laten leiden. Toen Reggie mij vertelde dat hij gedichten over de njai in het archief had gevonden, stelde ik voor ze op muziek te zetten, om zo de njai hoorbaar te maken.”

Je schrijft vooral over Indische onderwerpen, waarom?

“Ik maak al vanaf mijn vijftiende muziek en heb alle soorten muziek mogen maken. Het ging altijd over andere dingen, het ging nooit over mijzelf als Indische jongen. Toen dat tot me doordrong, dacht ik: ‘Raar, eigenlijk!’ Ik was toen rond de vijftig.
Kort daarvoor was ik voor het eerst teruggegaan naar Indonesië. Ik heb nog familie op west-Java die mij heel hartelijk had ontvangen. In het vliegtuig op weg naar huis, dacht ik de hele tijd: ‘hier-wil-ik-iets-mee!’ Er waren natuurlijk al prachtige boeken over Indische onderwerpen geschreven, bijvoorbeeld door Marion Bloem. Dat kan ik niet! Maar ik kan wèl muziek maken en ben gaan schrijven. Het heeft zeker een jaar geduurd tot de eerste muziekteksten eruit rolden.”

Je zingt ontroerend en vol liefde over de eerste generatie.

“Als je voor het eerst terug bent in Indonesië, denk je aan hen die daar opgroeiden en het land moesten verlaten. Wat een prestatie was het, om opnieuw een leven op te bouwen. De eerste generatie heeft die prestatie niet bepaald van de daken geroepen. Woorden vinden voor een eerbetoon, dàt wilde ik.
Toen ik met die eerste cd op de Pasar Malam Besar optrad, werd ik overspóeld met reacties. Er was een enorme herkenning. Dat had ik nooit verwacht! Indische ouderen voelden zich ook erkend.”

Je bent een van de weinige muzikanten die over Indische onderwerpen zingt. Ik noem je altijd: een Indische singer-songwriter. Ben je het daarmee eens?

“Ja! Het is de kern van wat ik doe.”

De cd Verleden Land van Wouter Muller gaat op 27 mei in première in het Bintang-Theater. De muzikanten die meespelen op de cd, zullen de singer-songwriter begeleiden. Dat zijn: Bert Kuipers, toetsen en koorzang, René Merbis, sologitaar, Guus Paat, dobro en lapsteelgitaar, Johhny Rahaket, viool, Mirjam Smink, koorzang, Theun Supheert, drums, Nick de Vos, basgitaar en Wouter Muller, leadzang, gitaar en mondharmonica. Op de cd zingen het Colourful City Koor Nijmegen en Colourful City Kinderkoor mee.

1

Deel